De Stichting Zonnewijzer Groningen is in 2000 opgericht. Ze heeft als doelstelling het bijdragen aan een duurzame samenleving.
Daartoe bevordert ze ondermeer de toepassing van duurzame energie, met name zonne-energie, energiebesparing en duurzame, biologische, landbouw.
Vaak in samenwerking met de Milieudienst van de gemeente Groningen, diverse buurtverenigingen en het centrum voor Duurzaam Bouwen zijn er vanaf 2000 tot 2004 vele voorlichtingsbijeenkomsten gehouden, waar in totaal duizenden mensen op af kwamen.
Aan duizenden mensen is voorlichting gegeven over zonnepanelen, is geadviseerd over kosten, opbrengsten, aanschaffing en plaatsing. Bij honderden particulieren zijn zonnepanelen geplaatst, meestal vier panelen, soms ook 8 of 24 stuks.
Door het afschaffen van de subsidies op zonnepanelen begin 2004, is de particuliere markt voor zonnepanelen in Nederland totaal ingestort.
Ondanks toezeggingen van het vorige kabinet aan de kamer, is er tot 2007 geen nieuwe subsidieregeling voor zonnepanelen gekomen. Het nieuwe kabinet beloofde een nieuwe subsidieregeling in de herfst van 2007 in te voeren, maar nu wordt het pas juli 2008. De nieuwe regeling is minder aantrekkelijk dan de oude; er komt geen subsidie op de aankoop, maar op de productie van zonnestroom, de zgn. terugleververgoeding. Voor elke KWh krijgt de burger 33 cent, waardoor de terugverdientijd circa 14 jaar is.
NIEUWE ACTIVITEITEN
Door het jarenlang uitblijven van een nieuwe regeling, kwamen de activiteiten van de Stichting na 15 januari 2004 op dit gebied grotendeels tot stilstand.
De activiteiten die wel doorgang vonden betroffen het geven van gastlessen op scholen, het geven van adviezen over energiebesparing en het houden van lezingen.
Het bestuur heeft in 2006 besloten niet langer af te wachten of er een nieuwe subsidieregeling zou komen, maar in afwachting daarvan tevens andere duurzame activiteiten te ontplooien.
De keuze viel op het aankopen van landbouwgrond, met als doel de betreffende grond deels te gaan beheren als natuur en er deels te gaan experimenteren met biologische en veganistische landbouw, zo mogelijk volgens het permacultuursysteem. Veganistische landbouw is volgens de huidige inzichten de meest duurzame vorm van landbouw. Voor de productie van plantaardig voedsel is 4-8 minder landbouwgrond nodig dan voor de productie van vlees en zuivel. Bovendien kost de productie van vlees en zuivel 100 keer meer water per kg product en tot 100 keer meer energie dan de productie van plantaardige voedingsmiddelen.
